Wouter Bos stapte dinsdag in de Tweede Kamer bijna op een landmijntje. Hij liep zomaar wild in het rond en praatte met verslaggevers. Dat wekte onrust, want journalisten krijgen vrijwel niets te horen over de vorming van het nieuwe kabinet.
Anderen trouwens ook niet. Herman Wijffels houdt de besprekingen hermetisch afgesloten van de buitenwereld. De informateur zet daarmee een nieuwe norm voor kabinetsonderhandelingen. Voor Wijffels is onderhandelen een tweede natuur. Dat begon al op het boerenbedrijf van zijn familie, waar in de keuken met inkopers eerst koffie werd gedronken, met een Zeeuwse appelbol erbij. Bij de christelijke werkgevers en later, als president van de Rabobank, praktiseerde hij dezelfde methode.
Voor succesvolle onderhandelingen is verbroedering nodig. De partners moeten doordrongen raken van hun gemeenschappelijke belang, maar ze moeten ook precies van elkaar weten welke successen ze ieder apart nodig hebben, om verregaande compromissen te kunnen sluiten. Dat vergt tijd en geduld, de verschillen in het denken moeten stap voor stap worden geanalyseerd. Irritaties worden uitgesproken tijdens de gezamenlijke diners, dan neemt de wederzijdse appreciatie bij de onderhandelaars toe. Zo groeit een verbond tussen Balkenende en Bos.
Wijffels drong er na de eerste marathonsessie in Beetsterzwaag bij de onderhandelaars op aan de cirkel gesloten te houden en het proces niet te verstoren met interviews of uitvoerige rapportages aan de achterban. Dat betekent dat de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie zeer summier op de hoogte worden gehouden van de vorderingen. Af en toe schuiven specialisten van de drie partijen aan tafel, soms op verzoek van de onderhandelaars, om varianten uit te werken. Maar bel middenmoters van
de PvdA- of CDA-Kamerfracties en de frustratie spat er af. Zij weten niets en vervelen zich. Ze smoezen en speculeren met journalisten over hoe de hypotheekrenteaftrek en de AOW opgelost zullen worden, maar ze hebben het journaille niets te bieden. Eind volgende week wordt een basisakkoord verwacht, maar het zal langer duren, omdat onvermijdelijk impasses ontstaan. Wijffels moet die zelfs uitlokken, een paar keer een bijna-crisis laten ontstaan en die dan inventief oplossen. Dat noemen ze ‘met elkaar een leerproces doormaken’.
Des te onbegrijpelijker was het dat Bos dinsdag opeens hardop moest filosoferen over zijn rol buiten een nieuw kabinet. Hij suggereerde dat de partijleider van de PvdA in principe in het parlement moet zitten. “Dat is wel zo helder,” zei hij nadrukkelijk. Maar waarom eigenlijk? Als Bos serieus overweegt niet tot het kabinet toe te treden, heeft dat tot gevolg dat hij vanuit de Kamer in voortdurende concurrentie met Jan Marijnissen het beleid op scherp moet zetten. Dat zal grote spanningen oproepen en leiden tot wat wel een nederlagenstrategie wordt genoemd. Het maakt een kabinet vanaf de eerste dag labiel.
Bos kan nu in de formatie een akkoord uitonderhandelen dat verschil maakt – en als minister van Financiën, met verregaande invloed op alle andere departementen, kan hij een stempel drukken op de uitvoering van dat akkoord. Het is de beste manier om de SP te weerstaan: op een goed getimed moment Marijnissen kunnen verwijten dat hij een salon-socialist is, die geen vitale compromissen durft te sluiten.
Felix Rottenberg
Columnist Het Parool en associate-redacteur VPRO Tegenlicht.